Stijn Cools
Is oprichtend partner van aNNo architecten en professor aan de KU Leuven. Op het snijvlak van architectuurpraktijk en onderwijs draagt hij bij aan debatten over voor wie architectuur wordt gemaakt en wie baat heeft bij ons handelen. Zijn kritische erfgoedpraktijk richt zich op herbestemming en op de sociale en lichamelijke realiteiten die bepalen hoe erfgoed wordt ervaren. Zijn ervaring omvat community-based projecten met diverse lichamen en geesten, waaronder een uitgebreide samenwerking met de Leuvense Adviesraad Toegankelijkheid rond werk met betrekking tot het herontwerp van het Leuvense stadhuis.
- spreker bij PAF op 4 februari 2026 – Bodies That Don’t Fit: Architecture’s Missing Perspectives.
Tips
1. Boek: Joan C. Tronto - Who Cares? How to Reshape a Democratic Politics
waarom? “Dit boek was een trigger om mijn PhD te starten. Klein, maar met grote gevolgen dus. Tronto schrijft het als manifest: wat er misloopt in democratie is niet alleen “politiek”, maar vooral dat care structureel verkeerd verdeeld en te weinig gewaardeerd is. Care betekent bij haar meer dan ‘zorg’: ook onderhoud, herstel en alles wat onze gedeelde wereld leefbaar houdt. Voor mij maakte dat meteen de brug naar mijn discipline, en naar zorg in architectuur en erfgoed. Ze legt bloot hoe dat werk vaak als vanzelfsprekend achter de schermen verdwijnt, waardoor het tegelijk ondergewaardeerd én politiek onbespreekbaar blijft. Ze vertrekt van een caring deficit en laat zien hoe care in een marktdemocratie wordt uitbesteed, versnipperd en uit beeld verdwijnt. Ze werpt moeilijke vragen op, maar zonder je in cynisme te laten stranden.
Haar antwoord is meteen ook de hoopvolle boodschap. Ze schuift “caring-with” naar voren als vertrekpunt: care als gedeelde verantwoordelijkheid, dus als democratische praktijk van communities en groepen mensen. Democratie lijkt abstract, tot je beseft dat ze elke dag gemaakt wordt via kleine acties, samen, in hoe we ons organiseren en taken verdelen. Die titel is een knipoog die meteen werkt: “Who cares?” klinkt nonchalant, tot je beseft dat daar precies de crisis van democratie zit. Kortom: dit gaat niet alleen over goede bedoelingen, maar over meedoen. Meedenken, meewerken, mee organiseren, mee debatteren, enz. Misschien wel precies het soort energie waar PAF op drijft!”
wat en wie? Joan C. Tronto stelt in dit boek, geschreven in 2015, dat we de Amerikaanse democratie, evenals onze eigen fundamentele waarden en overtuigingen, moeten heroverwegen vanuit een zorgethisch perspectief.
2. Boek: Georges Perec - Het leven een gebruiksaanwijzing
waarom? “Voor mij is dit een les in radicaal kijken. Perec ontleedt één appartementsgebouw kamer per kamer, verhaal per verhaal, zonder hiërarchie tussen groot en klein. Een vuistdikke roman die je in één ruk doorleest. Het hele boek speelt zich af in één (fictief) Haussmann-achtig gebouw in Parijs, in het 17e arrondissement, op 11 rue Simon-Crubellier. Plots zie je hoeveel levens, routines, objecten en stille geschiedenissen samen een gebouw vormen. Het boek maakt één ding hilarisch duidelijk: een gebouw is geen object met een auteur, maar een stapel levens die elkaar kruisen. De “auteur” is eigenlijk het gebouw zelf, samen met iedereen die er leeft, poetst, repareert en rommelt. Het is een oefening in aandacht voor het alledaagse, en dus ook in wie vaak onzichtbaar blijft in dat alledaagse. En als je even wil ontsnappen: dit is Parijs gadeslaan vanop de overloop. Heerlijk literair voyeurisme, zonder schaamte.”
wat en wie? Het leven een gebruiksaanwijzing' (Frans: La Vie mode d'emploi) is een bijna 600 pagina’s tellende roman van de Franse schrijver Georges Perec uit 1978. De Nederlandse vertaling is van Edu Borger en verscheen in 1995.
3. Boek: Rebecca Solnit - Wanderlust: A History of Walking
waarom? “Solnit gebruikt wandelen als ingang om te schrijven over vrijheid in de publieke ruimte. Wandelen lijkt simpel, maar ze toont met historische voorbeelden dat doelloos rondlopen niet voor iedereen even vanzelfsprekend is, en dat de straat anders aanvoelt naargelang gender, klasse en ras.
Tegelijk is het boek één grote ode aan wandelen als denken, verbeelding en protest. Filosofen en schrijvers liepen zich letterlijk een weg door hun ideeën. En wie samen marcheert of betoogt, tekent de straat even opnieuw, als publiek podium.
Solnit laat ook zien hoe autocultuur wandelen naar de zijlijn duwde, met gevolgen voor hoe we de stad delen. Voor mij maakt dit het ineens heel concreet: wie neemt ruimte in zonder uitleg, wie moet zich verantwoorden, en voor wie is de stad eigenlijk ontworpen? Wandelen wordt zo minder romantiek en meer meetlat voor inclusie. Ideaal leesvoer voor onderweg, zeker als je nog niet weet waarheen.”
wat en wie? Een filosofische geschiedenis van wandelen, geschreven door Rebecca Solnit in 2000.
4. Film: Ila Bêka & Louise Lemoine - Koolhaas Houselife
waarom? “Deze film verplaatst de blik van het iconische naar het dagelijkse. Het Maison à Bordeaux van Koolhaas is ontworpen voor een opdrachtgever die na een auto-ongeval verlamd raakte. De lift is geen weggewerkte “oplossing”, maar het hart van het ontwerp. Wanneer ze op een verdieping stopt, wordt ze de meest royale plek van het huis. Een bewegend platform als centrale kamer
Tegelijk toont de film wat een ontwerp nooit helemaal kan oplossen. Lekken, stof, kapotte details, ramen die tegenwerken, emmers die tevoorschijn komen, en kleine improvisaties om alles draaiende te houden. Het gebouw leeft via het werk van de huishoudster, het echte hoofdpersonage. Haar routines worden bijna choreografisch in beeld gebracht.
The New York Times noemde de film “heartfelt… thought-provoking… hilariously funny” en vat de inzet scherp samen: de betekenis van architectuur zit niet alleen in het grote gebaar, maar in “small details”, in dagelijkse kleine overwinningen en nederlagen
Zo kantelt de film het klassieke architectuurverhaal. Niet het ontwerp staat centraal, maar de bewoner voor wie het is gebouwd, maar nog meer de ploeg die het huis bewoonbaar maakt, dag na dag. Een gebouw is nooit af. Het wordt alleen overgedragen aan zorg. De trailer kan je gratis bekijken op YouTube en is op zich al filmisch prachtig. Op Vimeo kan je voor de prijs voor enkele euro’s de volledige documentaire bekijken. Na deze film kijk je nooit nog hetzelfde naar “star architecture”. Schone schijn versus de alledaagse praktijk.”
wat en wie? Koolhaas Houselife (2008) is een invloedrijke documentaire van Ila Bêka en Louise Lemoine van 58 minuten, die een intieme, humoristische en onconventionele blik biedt op Rem Koolhaas’ iconische Maison à Bordeaux.
De film draait om huishoudster Guadalupe Acedo, wier dagelijkse taken en worstelingen met de complexe technologie en het onderhoud van het gebouw de geleefde werkelijkheid achter dit architectonische meesterwerk zichtbaar maken.