Verslag: Feministische perspectieven aan tafel: #3 Activisme als praktijk

Foto: Gesprekscirkel #3 over activisme als praktijk op 16 juni 2026 in De Singel

In 1984 namen enkele vrouwen het initiatief om een studiedag te organiseren rond het thema ‘Wonen en woonomgeving vanuit vrouwen bekeken’. Heel wat enthousiaste ontwerpers, beleidsmakers en andere geïnteresseerden kwamen meedenken en meepraten. In 2026 was die dag de aanleiding tot een tentoonstelling in het VAI. Waar staan we nu, zoveel jaar verder? Wat hebben we bereikt? Maar ook, hoe gaan we nu verder? Wat kunnen we van elkaar leren? 

PAF organiseert gesprekscirkels om dit vraagstuk zowel vanuit de nieuwe als de vroegere generatie te verkennen. Het gesprek op 26 juni bespreekt de rol van activisme als een (werk)praktijk. Aan tafel zitten Leen De Becker, vanuit veel verschillende rollen actief in vrouwenbewegingen en stadsvernieuwing en één van de initiatiefnemers van de studiedag en Sophia Holst, architect en onderzoeker. Het gesprek werd uitgesteld wegens de begrafenis van Gideon Boie, een van de meest aanwezige stemmen rond architectuur en activisme in de laatste jaren. De nieuwe datum zorgde ervoor dat het laatste gesprek een interessante verderzetting kon worden van het gesprek uit de voorgaande gesprekstafel rond vrouwenbewegingen en de feministische strijd.

Foto’s: Evelien Pieters (PAF)
Tekst: Caroline Thaler

Luister nu naar de volledige geluidsopname van het gesprek.

Geluidsopname 'Feministische perspectieven aan tafel: #3 Activisme als praktijk
PAF x VAi

Beelden: Studiedag ‘Wonen en woonomgeving vanuit vrouwen bekeken’ (1984)

Feministische en maatschappijkritische houding

De carrière van Leen de Becker leest als een interessant levenspad, waarin ze veel verschillende carrières heeft uitgebouwd, maar steeds vanuit dezelfde feministische en sociale waarden. Haar ouders voeden haar maatschappijkritisch op en deze interesse en gedrevenheid vindt ze ook terug in haar studies binnenhuisarchitectuur, waar er op stadsvernieuwingsprojecten gewerkt wordt. In haar studententijd maakte ze kennis met het vrouwenhuis, een ontmoetingsplaats voor de vrouwenbeweging, in Mechelen. Nadien startte ze als vrijwilliger in een vluchthuis, deze huizen werden in de jaren 80 opgezet voor de opvang van vrouwen in nood. Vanuit de Mechelse vrouwenbeweging deed ze mee aan nationale vrouwendagen en kwam ze mee op straat voor de actuele thema’s van die tijd zoals ‘vrouwen tegen de crisis’ en ‘het recht op eigen bestaan’, als reactie op de abortusdiscussie die er toen gaande was, met slogans zoals ‘baas in eigen buik’.

Ondertussen startte De Becker aan een betaalde job als interieurarchitecte, waarin ze niet direct haar feministische en maatschappijkritische houding kwijt kon, maar bleef ze zich wel voortdurend inzetten als vrijwilliger in de Mechelse vrouwenbeweging en het vluchthuis. Vanuit deze achtergrond kwam ze terecht bij de werkgroep Vrouwen en Wonen. In deze werkgroep vertrokken de deelnemers vanuit de stelling dat architectuur en wonen vrouwvriendelijker zou moeten. Een thema dat De Becker voorheen al verkende in de vluchthuizen, waarbij ze merkte dat de ruimte voor deze vrouwen, komende uit heel moeilijke thuissituaties, ook heel belangrijk was. De woningen die de organisatie ter beschikking gesteld kreeg, waren veelal eengezinswoningen en vaak niet geschikt voor meerdere vrouwen met kinderen. De ruimtes waren niet aangepast aan de noden en moeilijk om goed te delen onderling. Zo moest er onder andere gezocht worden naar ruimte voor kinderen, maar hiervoor moest er anders gedacht worden over wat speelruimte en gedeelde ruimtes konden zijn.

Als De Becker nadien naar het buitenland trekt, neemt ze deze feministische, maatschappijkritische houding mee, aangevuld met de kennis die ze heeft opgedaan rond vrouwen en woonvormen. In Nicaragua gaat ze aan de slag bij het ministerie van Huisvesting en infrastructuurwerken en wordt er nagedacht over de planmatige aanpak van nieuwe steden en dorpen, met de nodige scholen, gezondheidsposten en meer. Ook daar sluit ze zich aan bij de vrouwenbeweging en tekent ze plannen voor de verbouwing van vrouwenhuizen en scholen. 

Activistische rollen

Sophia Holst is zelfstandige architect en onderzoeker. Actief in België en Nederland voert ze zelf-geïnitieerde onderzoeken op verschillende thematieken, zoals de publieke ruimte en het ruimtelijke en sociale effect van stedelijke transformatieprojecten alsook voor publieke woningbouw. Het zijn thematieken en interesses die ontstaan vanuit haar eigen observaties en bevindingen. In het project Stad van Menslievendheid observeerde ze de renovatie van een sociaal woningblok in de Marollenwijk in Brussel en onderzocht ze vanuit een historisch bril de sociale idealen achter deze gebouwen. Deze confronteerde ze met de onteigening van de toenmalige, oorspronkelijk Marolse bewoners die na de bouw zelf niet in die blokken terechtkonden. Dat kritische perspectief vult ze aan met de observaties van huidige transformatiegolven in de Brusselse binnenstad, met verhuizingen, onzekerheid en kwantitatief minder appartementen door een verschuiving in typologie. Een populaire strategie van gevelrenovatie voor energie-efficiëntie zorgt intussen voor boze bewoners: buiten oogt het gebouw vernieuwd, binnen blijft alles gedateerd — een mismatch tussen ontwerp en de omstandigheden van de mensen die er effectief wonen. Haar huidige project zoomt in op de Arenawijk in Deurne, een sociale woningbouwwijk gebouwd op het socialistische gedachtegoed van architect Renaat Braem. Naar aanleiding van de aangekondigde gedeeltelijke sloop en nieuwbouw voor sociale huisvesting en de renovatie en omvorming van sociale woningen in private woningen, gaat Holst alweer op onderzoek. Daarbij stelt ze de vraag wat er nu net zo socialistisch was aan dit ontwerp, in hoeverre Renaat Braems perspectief dogmatisch en paternalistisch was en of de erfgoedkundige waarde van dit project misschien eerder te vinden is in de sociale waarden dan in haar visuele identiteit.

Beeld: presentatie Sophia Holst 

Met deze voorbeelden van haar werk wil Holst duidelijk maken dat ze zichzelf eigenlijk geen activist noemt maar zich wel tot het activisme in architectuur verhoudt. Waarmee ze aangeeft dat ze niet ‘actief is’ en de straten op gaat, maar veelal vanuit een reflecterende en kritische rol werkt. Ze herkent zich in de positie van 'ongenode buitenstaander': onafhankelijk, niet verplicht zich te verantwoorden voor wat ze bevraagt aan een opdrachtgever. Deze houding werd sterk gevormd door haar opleiding met onder andere het vak ‘architectuur en activisme’ onder begeleiding van Gideon Boie en Lieven De Cauter. Waarbij ze sterk geïnspireerd werd om niet altijd letterlijk op de barricade te staan, maar via teksten en debatten een activistische houding aan te nemen.

Al zegt ze, is ze zelf steeds ook op zoek naar hoe het onderzoek ook actief kan worden, waar het voorbij gaat aan haar woorden en verder kan opgepakt worden. In die zoektocht begint Holst meer en meer te beseffen dat deze actie niet altijd grootschalig hoeft te zijn. Dat een gesprek met één juiste persoon al een kettingreactie kan veroorzaken door inzichten door te geven die acties kunnen veroorzaken bij andere personen.


Beeld: presentatie Sophia Holst 

Leen De Becker beaamt en benadrukt dat ‘activisme ook de kleine zaken zijn’. Ook zij geeft aan dat ze zichzelf niet als ‘De grote activist’ ziet, maar dat ze in haar levenshouding steeds als verbinder heeft gewerkt, steeds met het doel om ‘vooruit te komen’, ook als dat betekent dat ze de ideeën niet zelf ‘actief’ uitvoert.

Activisme is niet alleen de grote, zichtbare acties ondernemen, maar net zo vaak stapsgewijs naar iets toewerken.

Zo legde ze de verbinding tussen de kringloopwinkels en de interieuropleiding van hogeschool Thomas More. Hoewel ze er niet vanuit kon gaan dat beide instituten met deze verbinding aan de slag zouden gaan en ze de impact niet kon voorspellen, had ze er vertrouwen in dat ze de juiste informatie en personen aan elkaar koppelde. Nog steeds maken studenten gebruik van de materialen in de kringloopwinkel om opdrachten uit te voeren.

Daarbij zijn de methodieken die gebruikt worden, soms weloverwogen en soms gewoon een kwestie van uitproberen. Zo vertelt De Becker, kon ze in België aan de slag bij RISO (nu Samenlevingsopbouw) en werkte ze op de regio van het De Coninckplein. Een buurt waar de Aziatische, Afrikaanse en Vlaamse gemeenschappen weinig verbinding hadden met elkaar, alsook weinig vertegenwoordiging hadden in de stad. Om de Afrikaanse vrouwen meer in het straatbeeld te krijgen, gingen ze langs bij de echtgenoten, te vinden in de winkels en cafés rondom het plein, en vroegen hen om hun vrouwen uit te nodigen om te koken tijdens een muziekoptreden dat jaarlijks plaatsvond op het plein. Hoewel deze taak de traditionele en misschien niet-geëmancipeerde rol van vrouwen eerder lijkt te versterken dan tegen te spreken, bleek dit de manier om vrouwen ‘het huis uit te krijgen’ en met elkaar en de buurt te verbinden.

De Becker geeft daarbij aan dat ‘activisme soms ook een aantal stappen achteruitzetten is om vooruit te kunnen gaan.’

Zelf aan de slag gaan

De aanpak van Leen De Becker en Sophia Holst geven inspiratie om activistischer in eigen praktijk en werk te staan, maar roepen ook vragen op: hoe vind je de balans tussen tijd vrijmaken voor projecten die er echt toe doen, en projecten aannemen die de inkomsten binnenhalen om dat andere werk mogelijk te maken? Voorlopig lijkt het erop dat een activistische houding eerder vanuit een persoonlijk engagement en zelfs misschien in persoonlijke projecten moet groeien, dan dat ze in professionele projecten ‘geuit moet worden’. Zo merkt Holst op dat je, als individuele professional, daarbij ook een risico loopt op het verliezen van opdrachten, wanneer je te kritisch bent, of te veel op de muren van beleid, politiek of andere instanties bonkt. Zij wijst op de potentiële rol voor academische of culturele instituten, die vaak zowel bereik bij overheden als bij burgers hebben en deze kritische stem vaker op een impactvollere, creatievere en (op dit moment nog) vrije manier kunnen uitspreken.

Rimpelend effect

Het activisme vandaag de dag is niet meer gelijk aan het (meer politiserende) activisme toen Leen De Becker nog op straat kwam. (Enkele redenen hiervoor kan je lezen in het verslag van de gesprekstafel rond vrouwenbewegingen.) Dit kan al eens leiden tot moedeloosheid en wanhoop. Uit het publiek komt dan ook de vraag: Waar is de woede? Zijn we vandaag niet meer woedend genoeg? Toch toont de aanwezigheid van De Becker op dit gesprek mooi aan dat je niet op voorhand kan weten welke effecten jouw, schijnbaar hopeloze of (te) kleine acties zullen hebben. Toen De Becker en haar collega’s de studiedag organiseerden in 1984, was dat een actie die vele mensen aan het denken zette, maar waaraan uiteindelijk weinig direct gevolg is gegeven. Elke deelnemer is destijds verdergegaan met haar eigen praktijk en noodzaken. Toch kunnen we nu jaren later concluderen dat dit éénmalige feit een grotere blijvende impact heeft gehad en van groter belang is voor de geschiedenis van feminisme en architectuur, dan op dat moment gedacht kon worden. 

De Becker leert ons dat iedereen steeds veel wil bereiken en grote stappen wil zetten, maar dat elke kleine stap relevant blijkt en blijft. Sophia Holst vult daarbij aan dat het belangrijk is om ook te kijken naar de geschiedenis en hieruit inzichten te halen. Dat beaamt De Becker maar al te graag. Voor haar is er nog iets belangrijker dan actie ondernemen en dat is leren denken, autonoom en kritisch en daardoor de bestaande lobby’s en belangen te leren bevragen.


Lees ook de verslagen van de drie andere gesprekscirkels die PAF in de expo organiseerde. Zo krijg je een volledig overzicht van alle gesprekken die we hebben gevoerd.

Vorige
Vorige

Verslag: Feministische perspectieven aan tafel: #4 Vrouwenbeweging

Volgende
Volgende

Verslag: Feministische perspectieven aan tafel: #2 Publieke ruimte