Verslag: Feministische perspectieven aan tafel: #4 Vrouwenbeweging
Foto: gesprekscirkel #4 over vrouwenbeweging op 12 juni 2026 in DE Singel
In 1984 namen enkele vrouwen het initiatief om een studiedag te organiseren rond het thema ‘Wonen en woonomgeving vanuit vrouwen bekeken’. Heel wat enthousiaste ontwerpers, beleidsmakers en andere geïnteresseerden kwamen meedenken en meepraten. In 2026 was die dag de aanleiding tot een tentoonstelling in het VAi. Waar staan we nu, zoveel jaar verder? Wat hebben we bereikt? Maar ook, hoe gaan we nu verder? Wat kunnen we van elkaar leren?
PAF organiseert gesprekscirkels om dit vraagstuk zowel vanuit de nieuwe als de vroegere generatie te verkennen. Het gesprek op 12 juni 2026 verkent daarbij de rol van vrouwenbewegingen en feministische golven. Aan tafel zitten Gerd Van Limbergen, actief in de groep Rooie Vrouwen (GROV) en één van initiatiefnemers van de studiedag; Bieke Purnelle, journalist en directeur van RoSa vzw en Uschi Cop, schrijver en trekker van het collectief Hyster-x en de heropleving van de Dolle Mina’s in België. Het gesprek leerde ons veel over de constante, maar soms stillere feministische strijd die er gevoerd werd, het feminisme als een levenshouding en het belang van elkaar te ondersteunen in de strijd voor verandering in plaats van te bekritiseren of tegen te houden.
Foto’s: Tine Pillaert (PAF)
Tekst: Caroline Thaler
Luister nu naar de volledige geluidsopname van het gesprek.
Actief zijn in vrouwenbewegingen
Gerd Van Limbergen werd actief in de vrouwenbeweging door een affiche van de organisatie Groep Rooie Vrouwen (GROV) die haar man op een keer mee naar huis bracht. Vertrekkend vanuit de slagzin ‘geen feminisme zonder socialisme en geen socialisme zonder feminisme’, kwamen deze vrouwen wekelijks samen. GROV begon midden de jaren 1970 met wekelijkse bijeenkomsten in de Gratiekapelstraat en was de opvolger van Dolle Mina in Antwerpen. Die momenten waren uiteenlopend, gaande van thema-avonden; voorbereidingen van teksten, pamfletten of oproepen; het maken van stencils of sjablonen voor deze pamfletten; maar ook interne discussies over feminisme zelf, vertrekkend vanuit de vraag: “Wat versta je onder socialisme en wat onder feminisme?” Die gesprekken waren nodig om onderling af te stemmen en tot een verstandhouding te komen, en vanuit dit gedeeld begrip als vrouwenbeweging actie te ondernemen.
Beeld links: Studiedag Wonen en Woonomgeving vanuit vrouwen bekeken, met Gerd van Limbergen, Els Tilman, Leen De Becker, Danie Staut en Els Huigens I Beeld rechts: Affiche van de studiedag (1984) die aanleiding gaf tot de expo in De Singel (2026)
Vandaag zijn vrouwenbewegingen niet veel veranderd. Uschi Cop zette het collectief Hyster-x op dat vrouwelijke en gemarginaliseerde stemmen in de literatuur wil versterken en vieren. De leden komen fysiek samen om teksten en voorstellen te bespreken. De opstart daarvan ging ook gepaard met gesprekken en vragen over de betekenis van feminisme. Kan het collectief mannelijke geïnteresseerden uitsluiten? En kan het collectief zich dan nog inclusief noemen?
Bieke Purnelle vertelt dat Rosa werkt als een kenniscentrum voor gender en feminisme. Ze zetten daarbij niet in op klassiek activisme en het organiseren van fysieke (protest)samenkomsten, maar op tools, vormingen voor onderwijs en informerende samenkomstmomenten. Het doel is verdere kennisvorming om het genderbewustzijn in Vlaanderen te vergroten.
Ook Uschi Cop verzamelde heel wat kennis om haar bewustzijn te vergroten en verdiepte zich daarbij in de geschiedenis van het feminisme. Er blijkt al zodanig veel werk verricht door vrouwen en mannen doorheen de geschiedenis, dat het slechts een kwestie lijkt om deze kennis terug te leren kennen, het zich eigen te maken en erop te reflecteren wat vandaag nodig en relevant is. Daarbij horen ook de patriarchale normen die de samenleving zichzelf heeft aangepraat. Enkel door deze te zien en te begrijpen, kunnen we deze veranderen. En het is met deze gedrevenheid om ook effectief in actie te komen dat ze de beweging van de Dolle Mina’s, een gekende actiegroep uit de tweede feministische golf, terug leven probeert in te blazen in België. Daar waar het collectief Hyster-x vaak een meer literaire, (elitaire) doelgroep aanspreekt, is het de bedoeling dat de beweging van de Dolle Mina’s een manier wordt om de mobilisatie van massa aan te gaan. Om in gesprek te gaan met de personen die (nog) niet overtuigd zijn van de nodige verandering en (samen met hen) terug meer op straat te komen en meer fysiek actief te zijn.
Beeld links: uit presentatie: GROV - groep Rooie Vrouwen I Beeld rechts: logo Dolle Mina’s
De (stille) strijd van vrouwenbewegingen
De vrouwenbewegingen en thema’s rond feminisme en vrijheid blijven doorheen de professionele carrière van Gerd Van Limbergen een belangrijke factor. Ze gaat aan de slag bij Tamar vzw, een vluchthuis voor vrouwen in nood, een initiatief van het Antwerpse Vrouwenhuis. Nadien gaat ze aan de slag als stafmedewerker bij Elcker-ik, waar ze onder andere vormingswerk doet: het organiseren van cursussen, praatgroepen, leesgroepen en filmavonden. Vrouwenemancipatie is daar een belangrijk thema. Het is ook daar dat ze gevraagd wordt om samen met de Werkgroep Vrouwen en Wonen de studiedag, die gedragen werd door de Federatie Vrouwenwerking Elcker-Ik, te organiseren om het onderwerp verder onder de aandacht te brengen. Ook al is Van Limbergens eigen interesse en strijd nooit verminderd, toch merkt ze vernieuwde aandacht voor de feministische strijd in de laatste jaren. Na een periode van stilte rond het onderwerp merkt ze het enthousiasme van de nieuwe generatie.
Bieke Purnelle nuanceert die ‘periode van stilte’. Ze verduidelijkt dat de feministische strijd en de vrouwenbewegingen nooit hebben stilgestaan. Dit misverstand heeft veel te maken met het benoemen van de geschiedenis van feminisme in golven. Purnelle verduidelijkt dat feminisme geen mode is, maar een systeem-kritische denkwijze die niet zomaar komt en gaat. De thema’s die aan bod kwamen bij vrouwenbewegingen in de jaren 60 en ook daarvoor, zijn nooit weggeweest. Al is er wel een periode geweest waarin er gedacht werd ‘dat het werk klaar was’ , omdat de strijd uit de jaren 60 en 70 leidde tot aangepaste wetgevingen op heel wat vlakken, in de jaren 90 en begin 2000. Vandaag zien we dat dit een onjuiste inschatting was en dat het feminisme nog steeds relevant is. Een samenleving maak je immers niet alleen op basis van wetten, er is ook een mentaliteitswijziging nodig. In haar essay De geknevelde vrouw haalt Purnelle thema’s aan die actueler zijn dan ooit, denk aan reproductieve rechten (het abortusdebat staat de laatste jaren weer op scherp), sociale rechten, seksueel geweld, relationeel geweld. Thema’s waarvan er door velen gedacht werd dat deze niet opnieuw ter discussie zouden staan.
Beeld: Presentatie Gerd Van Limbergen - Beeldmateriaal vrouwenbewegingen doorheen de tijd
Daar waar de strijd in de jaren 70 en 80 veelal ging over actie gericht op beleidsbeïnvloeding en aangepaste wetgeving, is er vandaag een hele andere manier van deelnemen in vrouwenbewegingen en activisme. In plaats van ‘fysiek’ actie te voeren en samen te komen, speelt veel activisme zich meer online af. Het bekendste voorbeeld hiervan is de #metoo-beweging. Deze ondervond heel wat voordelen aan de online massamobilisatie en de kracht van veel stemmen tegelijk, maar ondervond ook de nadelen van een verdeelde en kortstondige online gemeenschap. Het is nog niet goed geweten hoe deze manier van actievoeren, sensibiliseren etc kan vertaald worden in concrete veranderingen. In haar essay schrijft Bieke Purnelle hierover: “Het is niet dat de woede ontbreekt, maar ze blijft hangen in de netten van sociale media, waar ze sissend uitdooft. Sociale onvrede leidt niet langer tot grootschalige en concrete actie, nu het buurthuis en de vereniging zijn vervangen door Facebook en X.”
Samen staan we (fysiek) sterker
Bovendien zorgt het denken in zogenaamde golven er ook voor dat je de strijd opdeelt in de generaties van vrouwen, waartussen een kloof zou gapen. Maar het is duidelijk dat de drie sprekers (en velen in het publiek) feminisme als een levenshouding hebben aangenomen, wat hen vooral verbindt met andere generaties. Die verbinding is het enige dat tegenwicht kan bieden tegen het individualisme, de polarisatie in de huidige samenleving en de bedreigingen die veel vrouwen- en sociale bewegingen uit elkaar trekken. Terwijl, zo haalt Uschi Cop aan, al deze bewegingen juist als één ‘blok’ lijnrecht tegenover het patriarchaal, koloniaal, individualistische en racistisch denken zouden moeten staan.
De huidige realiteit van vele feministische en sociale bewegingen toont dat het steeds moeilijker is om mensen mee te krijgen in een verhaal, onder andere omdat sommigen zich pas achter een verhaal willen scharen als dat helemaal klopt. Er worden al snel verwijten gemaakt binnen activistische bewegingen. Zo illustreert Cop dat de beweging van de Dolle Mina’s in Nederland heel wat kritiek gekregen heeft over het tekortschieten van de intersectionaliteit van het feminisme dat zij bepleiten. Hierdoor distantieerden heel wat leden zich van de beweging uit schrik voor deze kritiek op hun persoon. De kritiek doet geëngageerde burgers twijfelen en geeft ze het gevoel dat de (kleine) acties waar zij zich voor inzetten niet goed genoeg meer zijn en dat ze zich moeten bezighouden met alle problematieken. Het leidt tot een beeld dat enkel de perfecte feministe een goede feministe is. Hierdoor wordt het steeds moeilijker om medestanders voor (vrouwen)bewegingen te vinden. Terwijl kritiek net iets heel goed kan zijn, zegt Uschi Cop, iets waar je mee aan de slag kan gaan en niet iets waardoor je ‘aan de zijlijn blijft staan’ tot de beweging en de leden ervan perfect zijn.
Bieke Purnelle kadert dit afbrokkelend engagement ook verder historisch. Vroeger was betrokkenheid georganiseerd volgens de ‘zuilen’. Hoewel met de verdwijning van de zuilen ook heel wat negatieve zaken verdwenen zijn, zijn ook de positieve kanten verdwenen en is er niets voor in de plaats gekomen. Waar het vroeger vanzelfsprekend was om een engagement op te nemen in een beweging gelinkt aan de eigen religieuze of sociaaleconomische achtergrond, is het nu minder duidelijk waar mensen zich kunnen aansluiten. Velen vinden wel medestaanders via internet, maar dat is niet opgezet als een instrument voor engagement op een duurzame manier. De kapitalistische grote bedrijven achter onze sociale media teren op interactie, maar niet op (fysiek) engagement. Bovendien brengt online activisme nadelen mee zoals het vergroten van interne verwijten en discussies binnen bewegingen. Dit zorgt ervoor dat de onduidelijkheden en onzekerheden binnenin de bewegingen ook voor buitenstaanders duidelijker worden en door tegenstaanders makkelijker te verdraaien zijn in hun eigen voordeel.
De drie sprekers krijgen een laatste, afsluitende vraag: Wat kunnen we als personen en organisaties doen om het optimisme in de feministische strijd te behouden? Bieke Purnelle geeft aan om geen te grote doelstellingen te stellen, want dan ligt de ontgoocheling direct op de loer. Volgens haar wordt het optimisme hersteld door kleine haalbare doelen te stellen. Hoe klein deze ook zijn, zo ontstaat er langzaam het gevoel dat er verschil is gemaakt. Uschi Cop roept op om op te komen voor je medemens, voor de zwakkere personen in deze maatschappij. Om je uit te spreken als je positie dat toelaat of te luisteren naar zij die hun stem verheffen en hen te steunen in hun woorden en strijd. Dit kan door aan te sluiten bij collectieven en samen aan een verhaal te werken. Bovendien legt ze naast de kleine doelstellingen ook het belang van grote doelstellingen en lijnen neer, maar zegt ze daarbij, deze moeten onderling tussen bewegingen opgemaakt en gesteund worden. Zo ontstaat niet alleen een samenwerking van individuen binnen één beweging, maar ook een samenwerking en samenhang tussen de verschillende bewegingen. Gerd Van Limbergen sluit af met de wijze raad om “uit je kot te komen en mensen te ontmoeten” en daarbij je emoties niet te laten dicteren, omdat je vanuit verschillende emoties en verschillende rollen kan deelnemen in vrouwenbewegingen en hun feministische strijd. Voor elke emotie - de boze feministe, de overmoedige feministe, de teleurgestelde feministe – is er een plaats in de strijd voor verandering.
Lees ook de verslagen van de drie andere gesprekscirkels die PAF in de expo organiseerde. Zo krijg je een volledig overzicht van alle gesprekken die we hebben gevoerd.